Tell Sabi Abyad
 
 
 
 
   Nederlands / English

 

Veldverkenning

CLXIMGvvk1.jpg_veldverkZoeken naar sporen van bewoning in de Balikh-vallei

Terwijl de opgravingen een gedetailleerd beeld geven van het leven in enkele nederzettingen in de vallei, zijn we ook geïnteresseerd in andere vragen: zijn er in de vallei nog meer nederzettingen uit dezelfde tijd te vinden? Hoe verhouden deze nederzettingen zich tot elkaar?

Kortom: hoe hebben mensen gedurende de afgelopen duizenden jaren in de Balikh-vallei gewoond en geleefd?


CLXIMGvvk2.jpg_veldverkOm deze vragen te kunnen beantwoorden, zijn we in 1983 gestart met een reeks veldverkenningen. Een veldverkenning is een methode waarmee we snel de overblijfselen uit het verleden in een groot gebied in kaart kunnen brengen. We verzamelen, al wandelend, systematisch archeologisch materiaal van de oppervlakte van oude ruïneheuvels.  

CLXIMGvvk3.jpg_veldverkAlles wordt in kaart gebracht. Geografische en geologische landkaarten, satellietbeelden en luchtfoto's worden hierbij intensief gebruikt. Ook oude wegen, grafvelden en irrigatiekanalen geven een beeld van menselijke bewoning door de tijd.


De vallei is gedurende duizenden jaren door de Balikh-rivier uitgeslepen. De rand van de vallei bestaat uit terrassen die geleidelijk van 10 tot 30 meter hoog oplopen. Op sommige plaatsen is de vallei erg smal; op andere plekken is zij 12 kilometer breed. In dit gebied varieert de natuurlijke regenval sterk. In het noorden valt voldoende regen voor landbouw zonder kunstmatige irrigatie. In het zuiden is irrigatie echter noodzakelijk. De bewoners hebben dan ook vaak het noordelijke deel als woonplaats gekozen. Hun nederzettingen stichtten ze dicht tegen de rivier aan.


CLXIMGvvk4.jpg_veldverk
CLXIMGvvk5.jpg_veldverk
Aanvankelijk richtten we onze aandacht met name op de overduidelijk zichtbare overblijfselen uit het verleden: de honderden kleine en grote ruïneheuvels die overal uit de vlakte oprijzen.

Enkele jaren geleden begon Tony Wilkinson (Oriental Institute Chicago) met het onderzoek van de gebieden tussen de ruïneheuvels. In deze 'lege' gebieden vond hij tal van menselijke sporen: akkers rondom oude nederzettingen, opgedroogde irrigatiekanalen en handelswegen tussen lang verdwenen steden.


Een groot aantal specialisten bestudeert de resultaten van de veldverkenningen. Binnen het Rijksmuseum van Oudheden wordt momenteel vooral aandacht besteed aan twee belangrijke periodes: het Late Neolithicum, ongeveer 6900-5300 voor Christus, en de zogenaamde Midden-Assyrische tijd, ca. 1300-1100 voor Christus. 

Kijk ook op de websites van Tony J. Wilkinson's Oriental Institute of Chicago:

  • http://www-oi.uchicago.edu/OI/PROJ/JAZ/NN_Fall95/NN_Fall95.html
  • http://www-oi.uchicago.edu/OI/AR/94-95/94-95_Jazira.html
  • http://www-oi.uchicago.edu/OI/AR/94-95/94-95_Jazira.html
  •  


     

    Lees het colofon voor de details van deze website.
    Reproductie- en copy rechten: Het Rijksmuseum van Oudheden.
    Onderzoek
    Eerste boeren | Laat-Neolithisch | Chalcolithisch | Assyrisch | Grieks/Romeins |